maandag 26 november 2012

Een symboolkwestie: noemen en heten

Start een debat rond correct taalgebruik in Vlaanderen, en binnen de kortste keren wordt het verwisselen van noemen en heten vermeld als toch het grote voorbeeld van slecht/foutief taalgebruik, gebrek aan taalkennis en taalverloedering.
Die verwisseling is volgens onze standaardtaal inderdaad een fout, maar het is toch bizar dat het telkens deze is die telkens opnieuw als voorbeeld komt bovendrijven, terwijl er nog tientallen even hardnekkige èn opvallende fouten zijn. Hoe komt dat toch?
Eerst en vooral: wat is de fout precies en waar komt ze vandaan?
Correct is: 'Hij heet Jan' en 'ze noemen hem Jan.' In het taalkunds wordt dat: 'noemen' is een perfectief werkwoord (de handeling is voltooid), 'heten' een imperfectief werkwoord (de handeling op zich is nog actueel).
'Hij noemt Jan' is dus verkeerd, volgens de regels van de standaardtaal, en bijgevolg alle mogelijke taalzuiveringsboekjes.
Gek, het is zo eenvoudig, de functies (of beter, 'aspecten') van deze werkwoorden zijn netjes verdeeld. Waarom blijft die fout dan zo hardnekkig bestaan? En waar komt die negatieve voorbeeldfunctie vandaan?
Vraag 1: de herkomst. Als je nagaat hoe deze twee werkwoorden in het verleden, voordat er van een standaardtaal sprake was, gebruikt werden, dan kom je plots tot de ontdekking dat die tweedeling er helemaal niet was. Heten betekent ook noemen, en noemen betekent ook heten. http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/heten
Ik vermoed dat toen in de zestiende-zeventiende eeuw de standaardtaal werd geconstrueerd, door taalbouwers die vooral streefden naar orde en logica in de taal, die tweedeling is vastgelegd. Twee werkwoorden die twee identieke aspecten of betekenissen hadden, dat kan toch veel logischer en efficiënter? Werkwoord 1 krijgt gewoon betekenis 1, en werkwoord 2 betekenis 2. Klaar. Dat is ook gebeurd met hen/hun/haar, en er worden nog steeds massa's fouten gemaakt tegen hen en hun.
Die fouten blijven namelijk hardnekkig, omdat de verdeling kunstmatig is. Ze is nooit 'vanzelf' natuurlijk in de taal terecht gekomen, maar ze is 'gemaakt', een bouwsel. En zulke bouwsels hebben slechts heel zelden echt succes, hoe hard taalzuiveraars en -verbeteraars er ook voor strijden.
Vraag 2: de aandacht. Zoals gezegd bestaan er honderden taalfouten die lijken op noemen/heten. Toen ik in mijn eerste twee jaren Germaanse zat, moesten wij een boekje uit het hoofd leren (Dag in Dag uit, van Woord tot Woord), met in het totaal vijfhonderd taalzuiveringskwesties. En dat waren nog maar de meest frequente (in Vlaanderen dus). Noemen/heten was er daar eentje van, samen met 'welk' (voor wablieft), de fameuze 'droogkuis', plaatsvinden/doorgaan, op punt stellen, enz. Allemaal even hardnekkig en 'fout'. Wat heeft noemen/heten dan wat mijn 499 andere kwesties niet hadden?

Wat nu volgt is pure speculatie, bewijs hiervoor heb ik niet.
Volgens mij heeft de carrière van noemen/heten veel te maken met de opkomst van de commerciële televisie, de angst voor de taalverloedering die hiermee gepaard ging (dat was een feit, zie voorbeelden in 'De Manke usurpator'), en de gewone Vlaming die plots op tv, tot dan hèt grote standaardtaalbastion, kwam en, vooral in spelletjesprogramma's, volop 'X Y noemt (waarbij X de familienaam is, en Y de voornaam), woonachtig is en werkzaam is'. Kon het gebrekkige Nederlands van die arme Vlaming nog explicieter zijn? Jan Hautekiet deed er in zijn radioprogramma Hallo Hautekiet (Studio Brussel) nog een schepje bovenop door systematisch het 'noemen/heten' van zijn gasten te verbeteren (naast 'plaatsvinden/doorgaan'), en de carrière was gemaakt. Maar ondanks die extra aandacht, ondanks dat voortdurende corrigeren, blijven die koppige Vlamingen zeggen: 'Ik noem X'. Hoe is het toch mogelijk.

Conclusie:
- Het is niet omdat het in de standaardtaal netjes geregeld was, dat het altijd zo geweest is. Natuurlijk gegroeide taal is niet 'netjes logisch en efficiënt', en al helemaal niet geregeld.
- Kunstmatige ordeningen en ingrepen in een taal maken weinig kans om effectief tot het gewone taalgebruik door te dringen. Noemen/heten is maar een van de honderden voorbeelden.
- 1 symbooldossier maakt of kraakt de taal niet. En meer nog, zelfs al wordt zo'n taalzuiveringskwestie een symbool dat iedereen wel kent, de 'fout' blijft hardnekkig bestaan. En dat is maar goed ook, want waarover zouden wij, de goede, ijverige standaardtaalsprekers, anders nog kunnen kankeren? ;-)

Bijna vergeten, mijn eigen opinie. Ik zal die er maar bij zetten, voor ik door anderen in een of ander pro- of contrahokje gezet word waar ik niet thuishoor. Wel, als het tot mijn taak (als vertaler, proofreader of taaldocent, en ook als moeder) hoort om correct standaardtaal te gebruiken, aan te leren of te corrigeren, dan zal ik dat doen. Dat is mijn job dan. Maar het is niet mijn job of mijn ambitie om *iedereen* standaardtaal te leren. Daarvoor hou ik teveel van taalvariatie, van registers en van evolutie. Bovendien primeren in mijn gewone contacten voor mij verstaanbaarheid en communicatie, en het is net nefast voor de communicatie om mensen te pas en te onpas te corrigeren. Je geeft daarmee aan dat je eigenlijk niet naar de boodschap luistert, maar naar de manier waarop ze praten. En je komt over als een onverbeterlijke betweter, of je nu gelijk hebt of niet. Ik vind dat het niet aan mij is te bepalen hoe andere mensen moeten spreken. Ze zijn groot genoeg om dat zelf uit te maken.

3 opmerkingen:

  1. Interessante kwestie. Zelf kwam ik met "hoe noemt dat" in aanraking toen ik als Nederlander in Leuven ging studeren. In mijn (Vlaamse) schoonfamilie wordt de fout traditioneel bestraft met een citaat van Freek de Jonge: "Onze hond heet Hector, maar wij noemen hem Kijkuitvoordebegonia's."

    De antwoorden die je op de verschillende vragen geeft klinken plausibel. Toch wringt er wel iets als je stelt dat het onderscheid tussen noemen/heten mogelijk kunstmatig is. In Nederland is de verwarring noemen/heten immers niet aan de orde, zelfs niet in de platte taal, terwijl andere kunstmatige regels (hen/hun, dan/als) met voeten getreden worden. In het Duits worden nennen en heißen zover ik weet ook nooit verward. Kennelijk is het onderscheid dus wel degelijk eigen aan natuurlijke talen. Voor de verwarring moet er dus een andere oorzaak zijn (waarvoor invloed van het Frans natuurlijk de gedoodverfde kandidaat is).

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Plaatsman: het is geen goede strategie om Duits (wat eigenlijk Hoogduits is, uit het zuiden) te vergelijken met het huidige Nederlands, en dat als argument te gebruiken om te zeggen dat dat onderscheid dan toch niet kunstmatig is. Ik baseer me op etymologische woordenboeken, en daaruit blijkt dat gewoon. Waar ik geen tijd voor heb gehad, maar wel de moeite waard is om uit te zoeken, is of 'noemen' en 'heten' in de regio's waar de verwarring bestaat altijd tesamen hebben voorgekomen. Het zou me niet eens verwonderen dat de verdeling noemen/heten in oorsprong een regionale was (en niet volgens betekenis), en dat die twee pas samen in het Nederlands zijn terechtgekomen omdat het nu eenmaal goed uitkwam. Maar dit is puur speculatie.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Natuurlijk is het wel zinvol om het Nederlands met zijn naaste verwant te vergelijken. Als het noordelijker moet: ook in het Fries wordt er onderscheid tussen "hjitte fan" en "neame" ("se hjit fan Aaltsje, mar se neamt harsels Nynke"). Daarnaast heb ik het ook over de gewone spreektaal in Nederland gehad, waar "noemen" nooit met een onovergankelijke betekenis wordt gebruikt.

    Uit welke etymologische woordenboeken blijkt dat dit vroeger wel zo was? Bij Philippa lezen we dat "heten" oorspronkelijk vele betekenissen had, en ook met "noemen" kon samenvallen, maar zich uiteindelijk heeft verengd tot de huidige betekenis; bij "noemen" wordt dan weer niks gezegd over een onovergankelijke betekenis in bv. het Middelnederlands, er wordt hiervoor alleen naar het moderne Belgisch-Nederlands verwezen. De betekenisverruiming lijkt me dus toch best recent.

    BeantwoordenVerwijderen